Extended Short-cuts (Uitgebreide sneltoetsen)
Bepaalde tools en handelingen kunnen verder verfijnd worden door gebruik te maken van bepaalde combinaties van sneltoetsen. Zo kunnen bijvoorbeeld selecties worden aangepast met de Marquee-tool in combinatie met de 'Ctrl', 'Alt' en/of 'Shift'-toetsen. Er zijn meerdere toetsencombinaties mogelijk, een, twee of drie toetsen tegelijk geeft meerdere mogelijkheden zoals bijvoorbeeld selecties aan elkaar toevoegen, van elkaar aftrekken of juist te kruisen zodat de restruimte geselecteerd wordt. Zo kun je dus ook verschillende soorten selecties combineren, of je die nu maakt met de Marquee-tool, de Lasso-tool of de Magic Wand-tool. Het maken van goede selecties is de basis voor goede ontwerpen.
Het volgende voorbeeld is gebaseerd op de zogenaamde "Quick Reference Guide" van Photoshop 7. Hier kun je alle tools en bijbehorende sneltoetsen nader bekijken. Klik op de afbeelding om de volledige Guide als PDF bestand te bekijken of te downloaden.

Extended Toolbox (Uitgebreide gereedschapskist)
In de toolbox zijn verscheidene tools te zien, er zijn per tool veel verschillende manieren om je tool te gebruiken door middel van short-cut toetsen of andere tool opties. Hieronder volgt een korte uitleg bij elke tool.

  • Rectangular Marquee Tool (M)
    Onder deze tool zitten verscheidene selectie tools, bijvoorbeeld de “Elliptical Marquee Tool”. Met deze tools en verscheidene short-cut toetsen kunnen verscheidene selecties gemaakt worden in allerlei vormen.
  • Move Tool (V)
    Met deze tool kun je plaatjes op je layer verplaatsen, ook hier zijn net als bij vele andere tools weer andere manieren om je tool te gebruiken door middel van short-cut toetsen.
  • Lasso Tool (L)
    Dit is net als de “marquee tool (M)” een selectie tool, met de lasso tool kunnen vrije selecties gemaakt worden. Onder deze tool vind je ook de “polygonal lasso tool” en de “magnetic lasso tool”. Met de polygonal lasso tool kunnen selecties door middel van lijnen samengesteld worden. De magnetic lasso tool kan pixels van kleur onderscheiden en op basis van kleurverschillen kun je selecties maken. Op basis van het contrast van deze kleuren wordt een selectie lijn gegenereert.
  • Magic Wand Tool (W)
    Deze tool werkt op dezelfde basis als de magnetic lasso tool, kleuren in je document kunnen geselecteerd worden en op basis van het contrast tussen deze kleuren zal de plek waar je geklikt hebt met deze tool geselecteerd worden. De sterkte in het contrast waar je selectie op gebaseerd wordt kan veranderd worden in de tool option bar bovenin je scherm.
  • Crop Tool (C)
    Met deze tool kun je een selectie maken, je ziet een vierkant verschijnen met een aantal kleine blokjes op de hoeken en randen. Dit vierkant kan met behulp van deze blokjes vervormd worden. Zodra je zo’n vierkant op je document geplaatst heb zie je dat alles wat buiten dit vierkant valt een beetje grijs getint wordt. Als je nu nog klikt op je vierkant zal het document alle omringende pixels (die in het grijze deel staan) verwijderen.
  • Slice Tool (K)
    Met behulp van deze tool kun je je ontwerp in stukken of segmenten hakken. Dit is erg nuttig bij het exporteren vanuit Imageready, meer info hierover in les 6.
  • Heal Brush Tool (J)
    Een innovatieve tool in Photoshop 7 om foto's mee te retoucheren. Deze lijkt op de Stamp tool, echter kan onderliggende texturen behouden, terwijl kleur en contrast aangepast worden.
  • Brush Tool (B)
    Deze tool kun je, zoals de naam al zegt, als schilderskwast gebruiken. De vorm van je brush is op verscheidene manieren aan te passen in je tool option bar maar hierover wordt in les 4 nog verder besproken. Onder deze tool zit ook de “pencil tool”, ook deze is op dezelfde manier van vorm te veranderen maar heeft een ander effect dan de brush tool.
  • Clone Stamp Tool (S)
    Met de clone stamp kun je gebieden kopiëren met een soort brush effect. Door “Alt” ingedrukt te houden kan de locatie van het kopieer punt gekozen worden. Door “Alt” nu weer los te laten kun je op elke gewenste andere locatie met je muis knop je gekozen punt weer dupliceren.
  • History Brush Tool (Y)
    Hiermee kun je een gedeelte van een History-stap als het ware terug schilderen, in plaats van de hele stap terug te gaan.
  • Eraser Tool (E)
    Dit is de gum, duidelijk toch?
  • Paint Bucket Tool (G)
    De paint bucket kan “verf gieten”, selecties kunnen met het emmertje gevuld worden. Een plaatje kan echter niet zomaar ineens gevuld worden, als je een layer met een plaatje zou proberen te vullen zal waarschijnlijk slechts een klein gebied gevuld worden omdat deze tool weer op basis van kleur contrast een gebied vult. Naast de paint bucket kun je hier ook de “gradient tool” vinden. Met deze tool kunnen verschillende kleurverlopen worden toegepast.
  • Blur Tool (R)
    Onder deze tool zitten een aantal bewerkings tools:
    Blur tool, deze kan dingen vervagen.
    Smudge tool, deze kan dingen uitvegen.
    Sharpen tool, deze verscherpt dingen.
  • Burn Tool (O)
    Ook onder deze tool zitten weer een aantal bewerkings tools:
    Dodge tool, deze maakt dingen lichter. (fel licht effect)
    Burn tool, deze maakt dingen donkerder. (brand effect)
    Sponge tool, deze kan kleuren versterken of juist later afzwakken door middel van “saturate” en “desaturate”.
  • Path Selection Tool (A)
    Onder deze tool is ook de “direct selection tool” te vinden en met deze tools kunnen paden of gedeeltes daarvan geselecteerd en bewogen worden.
  • Type Tool (T)
    De tekst tool, meer uitleg staat in les 1.
  • Pen Tool (P)
    Deze tool zal worden uitgelegd in les 3
  • Rectangle Tool (U)
    Verscheidene shape tools zijn te vinden onder deze tool, waaronder de custom shape die in les 4 nog verder behandelt zal worden. Met deze “shapes” ofwel vormen kun je gemakkelijk verscheidene vormen snel creëren in je digitale tekening.
  • Notes Tool (N)
    Met de note tool kunnen notities worden toegevoegd aan het document, deze notities zullen niet te zien zijn als je je document exporteert of uit print. Notes zijn handig als er meerdere mensen aan een document werken bijvoorbeeld. Zo kunnen stukjes uitleg bij het document gevoegd worden. Het is met de “audio annotation tool”, die zich wederom onder deze tool bevind, ook mogelijk om audio boodschappen toe te voegen aan het document.
  • Eyedropper Tool (I)
    Kleuren selectie tool, de kleur die je met de eyedropper kiest uit je digitale tekening zal worden ingesteld als voorgrond kleur in je ”color picker”
  • Hand Tool (H)
    Met het handje kun je je document voorbij slepen als je ver zit ingezoomd of als je met een erg groot document bezig bent en je niet je totale bestand kan zien. Een andere short-cut key voor deze tool is overigens de spatie balk. Zolang deze ingedrukt gehouden wordt
  • Zoom Tool (Z)
    Met deze tool kan je in- en uit-zoomen op je document om een beter zicht te krijgen op het detail of geheel.
  • Default Foreground and Background Colors (D)
    Dit kleine knopje met te kleine vierkantjes (een zwarte en een witte) zorgt dat je voorgrond kleur en achtergrond kleur naar zwart en wit worden gezet.
  • Edit in Standard Mode (Q)
    Dit is de normale mode om je bestand te bewerken, na het bewerken in Quick Mask mode kun je zo weer terug keren naar de “standard mode”.
  • Edit in Quick Mask Mode (Q)
    Quick Mask wordt gebruikt om selecties te maken die daarna omgezet kunnen worden naar “layer masks”. Over masks zal meer uitgelegd worden in les 3.
  • Standard Screen Mode (F)
    De onderstaande mode hangen allemaal samen met deze modus, deze modus zorgt voor een standaard photoshop interface met alle menu’s.
  • Full Screen Mode with Menu Bar (F)
    Photoshop wordt in deze modus op het volledige scherm weergegeven en de titelbalk van je photoshop window verdwijnt zodat je meer ruimte krijgt om te werken.
  • Full Screen Mode (F)
    Full screen mode spreekt eigenlijk voor zichzelf, deze modus zorgt ervoor dat je document zo groot mogelijk zichtbaar is in je beeldscherm. De menu balken zijn nu helemaal verdwenen, ook je taskbar van windows zal verdwijnen, dit alles om meer ruimte te creëren om in te werken.
  • Jump to ImageReady (Ctrl-Shift-M)
    Deze knop opent ImageReady, deze knop is ook aanwezig in ImageReady en dit zorgt ervoor dat er makkelijk geswitcht kan worden tussen de verschillende programma’s. Meer uitleg over ImageReady is te vinden in les 6.

 
 

Overview (Overzicht)
Met paletten worden hier geen kleurenpaletten bedoeld, maar de venstertjes met informatie aan de rechterzijde. Deze zorgen voor feedback, extra keuze-opties, diverse geautomatiseerde handelingen en structuur binnen het digitale ontwerp zelf.

Alvorens ik de paletten nader ga toelichten, wil ik er eerst op wijzen dat ze heel snel en makkelijk te verbergen zijn met de volgende sneltoets: 'TAB' + 'Shift' of door alleen 'Tab' te drukken, waardoor ook de toolbar en tool options bar mee verdwijnen. Heel handig, wanneer je slechts op één monitor werkt en dus weinig werkruimte ter beschikking hebt.
 

De namen van de paletten zijn:

  • Tools (Gereedschappen) zie les1
  • Options (Opties) zie les 1
  • Navigator (Navigator) zie beneden
  • Info (Informatie) zie beneden
  • Color (Kleur) zie les 4
  • Swatches (Stalen) zie les 4
  • Styles (Stijlen) zie les 5
  • History (Historie) zie beneden
  • Actions (Handelingen) zie beneden
  • Layers (Lagen) zie les 3
  • Channels (Kanalen) zie les 3
  • Paths (Paden) zie les 3
  • Character (Karakter) zie les 1
  • Paragraph (Paragraaf) zie les 1

Ook kan er nog een zogenaamde Status Bar (Statusbalk) onderin beeld getoond of juist verborgen worden.

Navigator (Navigatiescherm)
Als je een nieuw document maakt zie je in je navigator pallet het gehele document in een klein plaatje. Met de kleine scrol-bar onder dat kleine plaatje kun je in/uit-zoomen op je document, dit kan ook gewoon met ‘ctrl’ + ‘ + ’ en ‘ctrl’ + ‘ - ’. Als je gebruik maakt van deze snel toetsen zul je snel merken dat je navigator window je geheel blijft tonen en dat je navigator plaatje niet mee zal veranderen door het zoomen. Zo kun je als je ver zit ingezoomd precies zien waar je zit te werken. Er zal een rode rechthoek verschijnen in je kleine plaatje. Deze rode rechthoek kun je verplaatsen door hem te verslepen, en zo kun je zonder weer uit te zoomen op een andere plek in je plaatje verder werken. Je kunt een overzicht houden van je werk gebied.

Info (Informatie)
In je info pallet zie je een opdeling van vier verschillende blokken. Links boven: RGB waarden. Rechts boven: CMYK waarden. Links onder: De locatie van je muis pointer. Rechts onder: De preciese afmeting van je selectie.
Als je een plaatje opent en je gaat met je muis (willekeurige tool) over het plaatje bewegen dan zul je merken dat er verschillende waarden veranderen in je info pallet. De RGB en CMYK vakjes houden de kleuren exacte kleuren notaties bij in nummerieke waarden. Je kan je muis boven een bepaalde kleur houden en je ziet de bijpassende nummerieke waarde van die kleur verschijnen in je info pallet.
Tijdens het maken van een selectie (met de marque tool M) zie je de waardes in de rechter onderkant veranderen. Deze coordinaten geven aan hoe groot je selectie vanaf de linker boven hoek tot de rechter onder hoek is in pixels.
Verder zul je merken dat de muis pointer locatie ook verandert tijdens het bewegen met je muis. Ook deze afmetingen worden in pixels aangegeven.

History (Historie, meerdere herstel-niveau's)
In principe is de History hetzelfde als Undo (ongedaan maken) alleen dan in veelvoud. Hoeveel undo's dat zijn kun je aangeven bij de Preferences (Ctrl + K). Naast het feit dat je meerdere stappen terug (en eventueel weer vooruit) kunt gaan, is het ook mogelijk om gebruik te maken van een zogenaamde "Non-linear history". Hierbij kun je ook slechts één stap ongedaan maken, hoewel deze instelling voor beginners wordt afgeraden. Dit in verband met het verprutsen van het hele ontwerp! Gewoon niet gebruiken of anders heel voorzichtig.
Een betere optie om naar een bepaalde stap in het ontwerp-proces terug te gaan, is het gebruik van zogenaamde "Snapshots". Hierbij wordt de huidige staat van één laag, meerdere lagen of het hele document 'gefotografeerd' en bovenaan in de history gezet. Zo kan men snel naar een eerder, vast punt toe springen ook al zijn er veel meer bewerkingen geweest dan het maximum op gegeven bij de Preferences.

Actions (Handelingen)
Met actions worden in principe geautomatiseerde handelingen bedoeld, welke gebruikt worden voor het zogenaamde "Batch Processing", meerdere bewerkingen uitvoeren. Heel simpel gezegd moet je het Actions-palet dan ook zien als een soort videorecorder waarmee je bepaalde bewerkingen kunt op slaan om ze later op bijvoorbeeld een andere laag of bestand precies hetzelfde los te laten. De interface aan de onderzijde van dat palet laat dit ook al duidelijk zien.

Actions aanmaken:
Kies een 'set' of maak een nieuwe aan. Klik hiervoor op het pijltje rechtsboven in het Actions-palet en kies 'New Set' uit het dropdownmenu. Binnen een set kun je meerdere acties opslaan, waardoor je een set van acties dus kunt gebruiken voor ieder apart project waar je aan werkt. Om een nieuwe set aan te maken herhaal je het voorgaande maar kies je dan 'New Action'. Je ziet nu dat binnen de geselecteerde set een nieuwe actie wordt aangemaakt die gelijk in de opname stand springt, zichtbaar aan het rode cirkeltje. Alle handelingen die je nu verricht binnen Photoshop worden direct opgenomen. Indien je alle gewenste handelingen verricht hebt, druk je op de stop-knop (het vierkantje) en ze zijn opgeslagen in die actie. Je hoeft trouwens niet steeds met een nieuwe actie te beginnen, het is namelijk ook mogelijk om handelingen later toe te voegen aan een actie. Selecteer de desbetreffende actie en druk op de opname-knop. Alle handelingen die je nu verricht worden eenvoudig toegevoegd aan de actie tot er weer op de stop-knop gedrukt wordt.

Actions toepassen:
Nadat de handelingen zijn opgeslagen kun je ze exact herhalen door ze af te spelen met de afspeelknop(driehoekje). Alle opgenomen handelingen worden dan razend snel uitgevoerd en toegepast op het document dat op dat moment geopend is. Logischerwijs kan dit dus in bepaalde gevallen enorm veel tijd besparen, denk hierbij bijvoorbeeld aan een heleboel gelijke knoppen of foto's die allemaal op dezelfde manier bewerkt moeten worden. Of wanneer je op verschillende tijdstippen vaak dezelfde effecten en dergelijke wilt toepassen.
Verder kun je binnen een actie iedere opgenomen handeling in- en uitschakelen met het vinkje wat ervoor staat ('Toggle item on/off'). Indien er nog een vakje naast staat wordt dit gebruikt om daarnaast een eventueel dialoogvenster in te schakelen ('Toggle dialog on/off'), zodat de actie tijdens het afspelen bij een instellingmenuutje even gepauseerd wordt om te vragen hoe je deze wilt instellen. Op deze manier werken actions dus eigenlijk semi-automatisch.
Verder kun je actions ook nog op twee andere manieren heel snel toe passen, namelijk met een in te stellen sneltoets, bijvoorbeeld 'Alt' + 'F4' of zo. Ten tweede kun je omschakelen naar een zogenaamde Button-Mode die je kunt vinden in het dropdownmenu van het Actions-palet. In deze stand kun je geen actions bewerken, maar alleen afspelen door simpelweg op één van de knoppen te drukken.
Er zitten trouwens ook diverse standaard meegeleverde actions bij Photoshop waar mee je onder andere bijvoorbeeld een houten omlijsting om je afbeelding kunt maken. Maar er zijn ook diverse realistische nabootsingen te creëren, waarbij je goed kunt zien hoe diverse filters samen een bepaald effect produceren zeker wanneer je in het History-palet gaat kijken.


 
 

Ruler [Ctrl + R] (Liniaal)
Eén van de opties die ik continue heb aan staan is de liniaal. Niet alleen kunnen afstanden zo snel worden ingeschat, maar ook kan er snel worden gewisseld tussen bv. pixels en centimeters. Dit kan door er dubbel op te klikken waarna je in het instellingen menu komt, of nog eenvoudiger door er met de rechtermuisknop op te klikken waarna zich een pop-up schermpje ontvouwt met mogelijke maatseenheden.

Guides [Ctrl + '] (Hulplijnen)
Een ander voordeel van de lineaal is dat er hulplijnen uitgesleept kunnen worden. Deze geven houvast in je ontwerp en zorgen er voor dat je heel nauwkeurig te werk kunt gaan. Door 'Alt' erbij in te drukken wordt de hulplijn een kwartslag gedraaid en door 'Shift' erbij in te houden springt een hulplijn van het ene streepje op de lineaal naar het volgende. Met deze laatste optie kun je dus heel snel een nauwkeurige layout maken waar je ontwerp aan moet voldoen.

Grid [Ctrl + Alt + '] (Raster)
Heb je echt weinig tijd maar wil je wel wat nauwkeuriger werken, maak dan gebruik van het ingebouwde grid. Dit bij de instellingen (preferences) aan te passen patroon geeft grofweg een gestructureerde indeling van je werkgebied.

Automate (Automatisering)
In het File snelmenu bevindt zich een knop 'Automate' waarmee nog meer handelingen geautomatiseerd kunnen worden.

  • Zo kun je met 'Batch...' bepaalde actions toepassen op meerdere bestanden en ze vervolgens ook als aparte bestanden opslaan, het eigenlijke Batch Processing dus. Kies in het menu dat verschijnt welke action uit een bepaalde set je wilt gaan gebruiken. Maak daarna de keuze welke bestanden je wilt gebruiken en geef aan waar en hoe je ze vervolgens wilt bewaren.
  • Een andere heel nuttige functie is een aparte applicatie waarmee actions heel snel kunnen worden toegepast. Met behulp van 'Create Droplet...' kun je een soort snelkoppeling vervaardigen, een "Droplet" genaamd, die als het ware dus een link vormt naar Photoshop. Sleep beeldbestanden gewoon op zo'n Droplet-icoon dat bijvoorbeeld op je "Desktop" staat, Photoshop wordt dan geopend en de in de Droplet opgeslagen action wordt direct toegepast.
  • Met 'Conditional Mode Change...' kun je de kleurmodus van je afbeelding veranderen. Dit geeft hetzelfde effect als in het snelmenu Image en dan Mode, met het enige verschil dat je bij actions beter een Conditional Mode Change kunt toepassen om er 100 procent zeker van te zijn dat een afbeelding in een bepaalde kleurmodus komt te staan.
  • Ook de 'Contact Sheet II...' kan erg nuttig blijken. Hiermee kun je namelijk een index laten maken van een hele reeks afbeeldingen. Alle afbeeldingen worden zo dus op één afbeelding gezet met bijbehorende bestandsnaam.
  • Met behulp van 'Fit Image...' kun je de Image Size van een afbeelding
    proportioneel schalen, zodat deze binnen de opgegeven afmetingen zal bevinden.
  • 'Multi-Page PDF to PSD...' creëert van iedere pagina uit een PDF-bestand een apart PSD-bestand.
  • Erg handig kan ook de 'Picture Package...'-functie zijn. Eén afbeelding wordt meerdere malen op één vel gedupliceerd, zoals een portret- of pasfoto bij een fotograaf kan worden afgedrukt.
  • Ten slotte kun je met de functie 'Web Photo Gallery...' een eenvoudige webpagina vervaardigen waar je al foto's in kunt zetten. Zet de files op het internet en deel ze met je vrienden en kennissen.